dinsdag 1 november 2016

Op zoek naar...verbinding #2



De serie Op zoek naar...verbinding is gebaseerd op mijn ervaringen op cursuscentrum Kasteel de Schans en staat in het teken van mijn zoektocht naar verbinding met mezelf en de wereld om me heen. Voor meer informatie over de Schans en de cursus Ont-Moeten verwijs ik jullie naar de introductieblog van deze serie. Wanneer ik verwijs naar groepsleden - en andere mensen dan zij die de cursus gaven (Koos en Maud) - zal ik vanwege privacy enkel hun voorletters gebruiken.

Loslaten
Als we op maandagochtend als groep voor het eerst bij elkaar komen nemen we plaats in de cirkel van matrassen en poefen die gecreëerd is in het midden van de ruimte. Na een inleiding door Koos en Maud wordt ons gevraagd jezelf voor te stellen en te vertellen waarvoor je hier zit. Met andere woorden: waar wil je deze week aan werken? Om eerlijk te zijn heb ik hier zelf nog geen duidelijk beeld van. Ik weet niet precies wat ik moet verwachten van deze week. Niet wetend welke mogelijkheden en middelen ons aangereikt zullen worden, heb ik me niet bezig gehouden met welk thema ik zou willen uitwerken. Gelukkig zit ik ergens halverwege de kring en kan ik eerst de verhalen van een paar anderen aanhoren.


Ik verbaas me over de herkenning die ik voel, luisterend naar hetgeen waar zij in het leven tegenaan lopen. Het thema van deze week is het Ont-Moeten. Hoewel er veel overlap is in de interpretatie van dit thema, zijn er enkelen die duidelijk iets kwijt moeten dat ik niet direct in verband breng met deze cursus. Niet veel later deze week kom ik er al achter dat dit weinig uitmaakt. De vorm van therapie die hier wordt toegepast is anders dan wat ik ken. Tot nu toe had ik kennis gemaakt met cognitieve en creatieve therapie en EMDR. Dit zijn allemaal vormen van therapie die mij vrij logisch voorkwamen. De werking van lichaamswerk is naar mijn idee niet bepaald te beredeneren. De eerste dagen heb ik hier moeite mee. Het lichaamswerk maakt emoties los die ik niet kan plaatsen en dat verwart me. Ik ben een denker en een dagdromer. Ik leef grotendeels in mijn hoofd en nu moest ik ineens de neiging om alles te kunnen begrijpen en redeneren loslaten.

Wanneer ik eenmaal aan de beurt ben om iets te delen, kom ik niet veel verder dan het benoemen van de herkenning en het opnoemen van dingen waarin in veeleisend ben naar mezelf. Ik vertel dat ik enorm perfectionistisch ben en dat dat de laatste jaren veel blokkades heeft opgeworpen. Omdat ik zoveel van mezelf verlang, is het soms makkelijker om maar gewoon niet te beginnen. Zelfs wanneer het om dingen gaat die ik erg leuk vind, zoals bloggen. Jullie zouden eens moeten weten hoeveel concepten ik in mijn account hebt staan en hoeveel artikelen ik verwijderd heb zonder ze ooit gepubliceerd te hebben. ''Dat vind ik jammer; dat ik zelfs weerstand ontwikkel voor dingen die ik leuk vind, omdat het nooit goed genoeg zal zijn.'' Ik val stil... ''Ik weet niet zo goed wat ik verder nog zou moeten vertellen.'' ''Ik denk dat je al heel veel verteld hebt'', zegt Koos. Ik knik. ''Ho", zeg ik, net zoals de anderen deden toen ze uitgepraat waren. ''Ho'', reageert de rest van de groep in koor. Blijkbaar is dat een traditie hier.

Ruimte innemen
De vier dagen die volgen hebben dezelfde indeling. De dag wordt begonnen met een deelronde waar vaak een danskwartiertje aan voorafgaat. Daarna gaan we over op lichaamswerk. Tijdens de deelronde wordt sommige mensen gevraagd dat wat zij aankaarten direct uit te werken, bijvoorbeeld door middel van een familieopstelling. Deze deelrondes zijn vrijwillig. Met andere woorden: je moet het zelf aangeven als je iets wilt delen. De tweede dag deel ik niks. Er gaat van alles door me heen, maar ik heb zelf al moeite er woorden aan te geven, laat staan dat ik het de anderen kan uitleggen.

Achteraf gezien had ik ook gewoon kunnen vertellen wat ik voelde, zonder er een uitleg aan te hoeven geven. Zelfs toen ik wel degelijk tegen iets concreets aanliep, lukte het me niet dit te delen. ''Waarom niet?'' vraag ik me af. Ik wil graag aan de slag en alles uit deze week halen, dus dat kan het niet zijn. ''Maar wat dan wel?'' Ik vind het moeilijk om ruimte in te nemen, besluit ik. Het feit dat ik me in een groep bevindt waarvan de jongste na mij 36 is, versterkt mijn zwijgen. Ik baal van mezelf. ''Hoe kunnen de anderen jou en je verhaal serieus nemen als je dat zelf niet doet?'' Ik mag dan nog veel te leren hebben, maar ik ben wel degelijk een heel eind op weg naar volwassenheid.

Eigenheid

 Alsof het speciaal voor mij uitgezocht is, dient zich de perfecte oefening aan. Er wordt ons gevraagd duo's te vormen met iemand die enigszins dezelfde lengte en omvang heeft. Ik kijk om me heen en J. en ik wisselen een blik uit. Ik loop naar haar toe. ''Zullen wij samen?'' vraag ik. "Ja, dat is goed''. Wanneer de groep is opgedeeld in duo's, kijkt iedereen verwachtingsvol naar Maud die de oefening zal uitleggen.

''Iedereen is in zijn of haar leven wel iets afgenomen. Of je bent onderweg iets kwijtgeraakt. Dit kan zowel iets fysieks zijn als iets niet tastbaars. Wat het ook is, je gaat het terug opeisen.'' Er worden theedoeken uitgedeeld. Ieder duo krijgt er één. ''De theedoek staat straks symbool voor dat wat je terug wilt hebben. Zo direct pakt ieder een uiteinde van de theedoek. Jij gaat er alles aan doen om de theedoek te veroveren. Dit doe je zowel fysiek, door eraan te trekken, als door je verbaal te uiten. De ander gaat het je echter niet makkelijk maken.''

''Mijn god, dit gaat wat worden'', schiet door mijn hoofd. Als je mij vraagt een fysieke strijd te leveren, kun je ervan uitgaan dat ik tot het gaatje ga. Ik werp een blik op J. en neem me voor me niet te laten gaan. Maar eerst is J. aan de beurt. Ik maak het haar niet makkelijk. Ik zet me schrap en laat haar vechten voor hetgeen dat zij terug wilt. ''Geef het aan mij!'', roept ze. "Je krijgt het niet!'', schreeuw ik terug. Ik blijf haar net zolang uitdagen tot de tijd om is en we beiden buiten adem zijn.


Dan is het mijn beurt. Het is de bedoeling dat je hetgeen waarvoor jij het gevecht aan gaat deelt met de ander. Juist omdat dat wat ik wil opeisen te maken heeft met het innemen van ruimte, krijg ik het niet over mijn lippen. J. ziet dat ik stilzwijgend een strijd lever en helpt me door me de vraag de stellen. ''Wat wil je opeisen?'' ''Mijn eigenheid en volwassenheid.'' J. lacht me bemoedigend toe, maar vervolgt met de mededeling dat ze het me niet makkelijk gaat maken. ''Oh, maar dat is ook niet nodig'', denk ik nog net voordat het startsignaal wordt gegeven.

Ik wikkel mijn kant van de theedoek om mijn hand en vouw mijn andere hand eroverheen. Ik zie dat J. hetzelfde doet. Als ik zie dat ze er klaar voor is begin ik met trekken. "Geef het aan mij'', zeg ik met een verheven stem. ''Je krijgt het niet'', zegt J. strijdlustig. Na wat nog geen minuut geweest kan zijn, lijkt het of ik van een afstandje naar mijn eigen handen kijk die als een gek aan de theedoek trekken, J. met zich meetrekkend. Ik hoor mijn eigen stem schreeuwen: ''GEEF.HET.TERUG!'' Ik herken dit vervreemdende gevoel uit duizenden. Ik ben aan het hyperventileren. Met een schrok wordt ik me weer bewust van mijn eigen lichaam. En inderdaad, mijn ademhaling komt met horten en stoten.


Ik stop met trekken en schrik van het feit dat ik zo heftig reageer op deze oefening. ''Het kan dat je gaat hyperventileren, maar daar hoef je niet van te schrikken''. Ik onderscheid Koos' stem. Maar dat was niet waar ik van schrok. ''Hyperventilatie is inmiddels niet echt meer iets nieuws aan de horizon'', denk ik sarcastisch. Een paar jaar geleden had ik er dagelijks last van. Bovendien weet ik dat ze het hier soms uitlokken, omdat het een manier is om mensen bij hun emoties te laten komen. Dus begin ik weer te trekken en laat me leiden door mijn impulsen met als gevolg dat ik J. weer de ruimte door trek. Op een gegeven moment kan ze amper weerstand meer bieden en houd ik me in. Een van de assistenten ziet het gebeuren. Hij slaat zijn armen om J's middel en moedigt me aan alles te geven.

Okay then
Dat heeft hij geweten. Na een paar rondjes door de ruimte, is J. echter écht op. Hoewel de enige regel is dat je niet zomaar mag loslaten, houdt ze het simpelweg niet meer. Het ging te snel om ons erop voor te bereiden. De theedoek schiet uit haar handen en we vallen allemaal op de grond. Ik sluit mijn ogen en zet mijn handen naast me op de grond. Ik voel hoe mijn voeten en handen contact maken met de grond en focus me op mijn ademhaling. Ik richt mijn hoofd op richting het dak in een poging om meer lucht binnen te krijgen. Hoewel ik weet dat ik door de hyperventilatie te veel en niet te weinig zuurstof binnenkrijg, voelt het nog steeds of ik ademnood heb. Iemand vraagt me of ik mijn kin om mijn borst kan leggen. Ik doe wat me gevraagd wordt en blijf zo minutenlang zitten. Ik voel hoe er iemand achter mij komt zitten en er worden handen op mijn rug geplaatst. Iemand geeft me zowel letterlijk als figuurlijk een steuntje in de rug.

Wanneer ik mijn ogen open, is het eerste wat ik zie de theedoek die onder mijn benen ligt. Ik had geen flauw benul dat ie daar lag. Ik begin als een idioot te grijnzen. De buit is binnen. Ik sta op en loop naar de groep, de theedoek achterlatend. Ik hoef namelijk niet meer te vechten voor mijn plekje, die heb ik allang, besef ik me. Ik hoef hem alleen maar in te nemen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten