maandag 12 december 2016

Op zoek naar... verbinding #3


De serie Op zoek naar...verbinding is gebaseerd op mijn ervaringen op cursuscentrum Kasteel de Schans en staat in het teken van mijn zoektocht naar verbinding met mezelf en de wereld om me heen. Voor meer informatie over de Schans en de cursus Ont-Moeten verwijs ik jullie naar de introductieblog van deze serie. Wanneer ik verwijs naar groepsleden - en andere mensen dan zij die de cursus gaven (Koos en Maud) - zal ik vanwege privacy enkel hun voorletters gebruiken.


Behoeftes
Toen ik rond mijn dertiende een tijdje bij een psycholoog liep, had ik een enorme aversie tegen de vraag ''wat heb je nodig?'' Nu had ik sowieso een aversie tegen mijn psycholoog, dus viel überhaupt weinig van wat ze zei in goede aarde. Dus wanneer ze wederom deze vraag stelde, rolde ik met mijn ogen en dacht: als ik dat wist dan zat ik hier toch niet.

Het antwoord op deze vraag begint allemaal bij behoeftes. Laat ik me daar nu weinig bewust van zijn. Waarschijnlijk omdat ik hier weinig bij stilsta. Iets wat ik meer zou willen doen, bijvoorbeeld door middel van meditatie. Maar dan zijn we er nog niet, want hoe ga je die behoefte, eenmaal gevonden, vervullen?

Zelluf doen
Zo vind ik het makkelijker om een ander hulp te bieden dan het zelf te ontvangen. Ten eerste, omdat ik me er niet altijd even gemakkelijk bij voel. Je hoeft dit echt niet te doen, is een bekende gedachte in deze. Ten tweede, omdat ik de oneindige drang voel om dingen zelf te doen. Het laatste wat ik wil is afhankelijk zijn. Dat voelt als een inperking van mijn vrijheid. Als iemand er bijvoorbeeld op staat me thuis te brengen, want ''het is niet veilig voor je om alleen door het donker naar huis te gaan'', wil ik er het liefste zo snel mogelijk vandoor gaan. Toen mijn ex ooit iets tegen me zei in de richting van: ''Ik help je toch altijd en zorg goed voor je'', kreeg ik spontaan kots neigingen. Om me daar vervolgens intens schuldig over te voelen.

Dat ik ''mijn shit zelf wil fixen'', is iets dat in mijn persoonlijkheid ligt. Als klein meisje was ik ontzettend eigenwijs en riep iedere keer dat mijn ouders een poging deden me te helpen: ''Zelluf doen!'' De ongemakkelijkheid daarentegen heeft wederom te maken met het innemen van ruimte. Ja, daar gaan we weer, maar dit is nu eenmaal een knelpunt. Ik weet niet hoe vaak ik gedurende mijn verblijf op de Schans te horen heb gekregen dat ik welkom was en het moest laten weten als ik iets nodig had. Maar hoe vaak ik het ook hoorde, het bleef moeilijk.

Mag ik een knuffel?
Zo was er de dag dat zich een situatie voordeed tussen mijn moeder en mij.

Mijn moeder raakt geëmotioneerd en verlaat de ruimte, gevolgd door een assistent. Ik vind het moeilijk om haar zo te zien, voornamelijk omdat ik weet dat haar verdriet met mij te maken heeft. De timing kan niet slechter, want net nu is het tijd voor een lunchpauze. Iedereen druipt af en ik blijf bedremmeld staan, niet klaar om de trainingsruimte te verlaten. 

Koos komt naar me toe en ik deel mijn gedachtes met hem. Hij verzekerd me ervan dat ik al het recht heb om mijn eigen keuzes te maken. Dat ik niet verantwoordelijk ben voor mijn moeders emoties. Al gauw geef ik aan dat het wel weer gaat en verlaat de ruimte ''om te gaan lunchen''. In werkelijkheid gaat het helemaal niet, heb ik geen behoefte aan eten noch gezelligheid en ben ik van plan me terug te trekken.

Als ik naar buiten stap, noemt iemand mijn naam. S., een van de vrouwen uit mijn groep, zit samen met drie anderen aan een tafel en vraagt: ''Heb je zin om erbij te komen zitten?'' Ik knik, haal koffie en neem plaats aan tafel op de lege stoel naast een man die geen onderdeel uitmaakt van onze groep. ''Gaat het wel?'', vraagt S. terwijl ik aan mijn koffie zit te sippen. Verkeerde vraag... Met moeite hou ik mijn emoties onder controle en antwoord: ''Ja, het gaat wel.'' Het zal bepaald niet overtuigend geklonken hebben, want ze biedt direct aan met de man naast mij van plaats te wisselen, zodat ze naast me kan zitten. ''Dat is niet nodig hoor'', zeg ik, terwijl ik eigenlijk veel behoefte heb aan een arm om me heen. ''Zal ik wat te eten voor je halen?'', vraagt een ander groepslid. Al deze liefdevolle gebaren worden me te veel. Ik begin te huilen en S. komt naast me zitten en slaat haar armen om me heen. Ik schaam me kapot dat ik te midden van het hele Schansgezelschap dat zit te lunchen in tranen uitbarst, maar ergens weet ik ook wel dat niemand hier er raar van opkijkt.

Hoewel mijn verdriet er toen waarschijnlijk gewoon uit moest, maakte ik het mezelf moeilijker dan nodig was. Ik had tegen Koos kunnen zeggen dat ik een knuffel nodig had. Ik had het aanbod van S. meteen kunnen accepteren. En toch maakten bovenstaande redenen de drempel te hoog.



Bij twijfel altijd doen
En dat terwijl de Schans zo'n veilige plek is. Niks is raar en er wordt wat af geknuffeld. Ik ervaar het als een soort grote familie. Zelfs na er jaren niet geweest te zijn, voelt het alsof je thuiskomt in een warm nest. Iedereen is welkom. Gelukkig had ik deze week twee vrienden op het terrein lopen die me de troostende schouder en knuffels boden die ik, waarschijnlijk zonder hun weten, zo hard nodig had.

Tuurlijk is het fijn als iemand jou geeft wat je nodig hebt, zonder erom te hoeven vragen, maar dat zal niet altijd het geval zijn. Ofwel de moraal van het, alweer veel te lange, verhaal is dat het belangrijk is om te leren je behoeftes aan te geven. Zelfs dan kun je niet verlangen dat de ander jou ook altijd zal geven waar je om vraagt, maar dat gedeelte heb jij zelf niet in de hand. En dat is een derde reden om het vragen om steun uit de weg te gaan. De angst voor afwijzing. En toch zul je zien dat mensen vaak blij zijn dat je aangeeft wat je nodig hebt. Want hoe fijn is het als je er voor een ander kunt zijn? En vice versa.

2 opmerkingen:

  1. Deze reactie is verwijderd door een blogbeheerder.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Dankje! ^^ En is ook niet nodig, tis sowieso fijn om te horen dat je het kan waarderen. Liefs!

      P.s. still sooooo excited about our little project! :D

      Verwijderen