zaterdag 18 februari 2017

Toen het heftigste dilemma was wie ik zou uitnodigen voor mijn kinderfeestje

Rechts van mij Renee, die nog altijd mijn beste vriendinnetje is. Rechts van haar Martijn, die gedurende mijn 8 jaar op de basisschool tot mijn beste vrienden behoorde.
Toen ik laatst op bezoek was bij mijn moeder kwam ze aanzetten met mijn basisschoolrapport. Uit nieuwsgierigheid sloeg ik hem direct open en werd mijn verleden ingezogen. 

Mijn basisschooltijd was een erg gelukkige periode. Ik was een blij meisje en was altijd dingen aan het ondernemen, voornamelijk samen met mijn vriendjes en vriendinnetjes. Sterker nog, als ik een dag geen afspraak had na schooltijd zat ik de hele middag te mokken en besloot ik uit verveling mijn broer lastig te gaan vallen. Die daar totaal niet op zat te wachten, daar hij meer het type was dat zich op zichzelf vermaakte.



Met mijn ''grote'' broer

Ik kan nog wel eens terugverlangen naar de onbezorgdheid en vrijheid die ik als kind ervaren heb. Een tijd geleden deed een songtekst me dit in twijfel trekken. De tekst luidde: ''You had it all when you were just a kid. Do you even remember who you were back then?''
Na het teruglezen mijn rapporten kwam ik desondanks tot de conclusie dat mini-me bijzonder veel op de Tessa van vandaag lijkt.

Rebel without a cause
Tja... dit vonden wij dus vet stoer toen
Laten we beginnen bij groep 8. Dit was zonder twijfel het leukste jaar van de 8-jaar-durende
basisschoolperiode. We creëerden zelf een musical, we gingen op kamp en we voelden onszelf toch echt heel wat als oudsten van de school. Eenmaal oud genoeg om ook 's avonds naar buiten te mogen, was ik bijna nooit meer thuis te vinden. Ik kwam enkel mijn avondeten incasseren, ruzie maken over wie er vandaag moest afwassen of -drogen om daarna de deur weer uit te rennen. Dat ik op mijn twaalfde enigszins rebels was blijkt ook uit mijn rapport van groep 8.


Gelukkig was ik volgens mijn juf prima aan te spreken op mijn gedrag. Thuis was dit helaas minder het geval en konden mijn ouders geregeld op een grote mond rekenen. Sorry papa en mama! Gelukkig is het allemaal goed gekomen met me, hè?
''Dat ik het ook wel eens minder goed mag doen'', is een leerproces waar ik nog steeds in zit, maar ik heb zeker stappen gezet. Dat ik een perfectionist ben is op de cijferlijsten van elk jaar terug te zien. Een greep uit die van groep 8:



Uit de laatste drie opmerkingen blijkt dat mijn creativiteit zich toen al manifesteerde in het bedenken, schrijven en vertellen van verhalen.

Ook mijn passie voor sport zat er van jongs af aan in.
In groep 5

in groep 7

...en in groep 8

Het enige wat ik dus echt NIET kon - of eigenlijk gewoon weigerde te leren- was mijn pen op ''de juiste manier'' vasthouden. Voor mijn pengreep kreeg ik dan ook vanaf het moment dat ik leerde schrijven maar een half ingekleurd vakje. Ik vond de manier waarop ik mijn pen vast moest houden gewoon alles behalve chil. Dus ik, als mega eigenwijs kind, pakte nadat de juf weg was gelopen telkens mijn pen weer vast op de manier die ik fijn vond. En ik maar denken dat ze het toch niet zou zien.



Filteren en prioriteiten stellen
Afgezien van mijn rebelse periode in groep 8, was ik een erg rustig en lief meisje als ik mijn juffen van destijds mag geloven. Wat me opvalt is dat mijn gevoeligheid niet ongezien is gebleven. Dit is iets waar ik nog steeds elke dag mee te dealen heb. Soms heb ik het idee dat mijn filters minder goed werken dan bij de gemiddelde mens en dingen heftiger, soms te heftig, binnenkomen. Blijkbaar had ik hier ook toen soms last van.  


Hoewel mijn gevoeligheid in groep 2 enkel werd omschreven in termen van meeleven met andere kleuters, bleek in groep 3 dat deze gevoeligheid ook een schaduwzijde had. Zowel opmerkingen als mijn eigen onzekerheid konden me zo nu en dan uit het veld slaan. Ik kan me inderdaad herinneren dat de desbetreffende juf me eens ergens op aansprak en ik de rest van de dag van slag was.


In groep 4 leek ik hier beter mee om te kunnen gaan en gestaag steviger in mijn schoenen te komen staan.



Door naar groep 5.


 Wederom werd mijn perfectionisme benoemd. Op de middelbare school was dit niet anders en heb ik veel tijd verspild aan onbenullige details. Hoewel me dat een diploma met de aantekening ''cum laude'' heeft opgeleverd, wil ik gedurende mijn vervolgopleiding graag leren prioriteiten te stellen.

Even geduld, a.u.b.
Uit de volgende twee fragmenten blijkt dat ik vaak eerst de kat uit de boom kijk voor ik mezelf laat zien. Beide dateren uit groep 5 en beschrijven hoe ik me in de klas gedroeg in het het eerste en tweede halfjaar.
Ik herken mijn positie als ''bescheiden aanwezig'', maar toch ''populair''. Mijn ouders waren soms enigszins geïrriteerd als ik alweer een kinderfeestje had. Dan moest er weer een kadootje geregeld en ik gebracht en gehaald worden. Voor mij was mijn eigen feestje een groter dilemma. Wie zou ik wel uitnodigen en wie niet? Mijn ouders zaten helaas niet te wachten op een huiskamer stampvol kinderen, dus ik moest me beperken tot een stuk of 10 vriendjes en vriendinnetjes. Nu droom ik van een leven waarin dit tot de categorie ''heftige dilemma's'' behoord.



Nog even terugpakkend naar het ''bescheiden aanwezig'' zijn. In groep 8 schreef mijn docente hier het volgende over. Ook dit is nog altijd een stukje van mijn persoonlijkheid dat in bepaalde situaties opspeelt. Hier heb ik het overigens uitgebreid over gehad in mijn serie Op zoek naar...verbinding.

Als laatste viel deze opmerking me op uit mijn rapport van groep 2.


Kan het nog eigenwijzer?
Hoewel groep 3 het jaar is dat in het teken staat van leren lezen, was ik hier in groep twee al een eindje mee op weg. Hoe ik dat voor elkaar kreeg? Nou, het zit zo. Mijn grote broer was mijn voorbeeld en wanneer hij iets deed, moest en zou ik het ook doen. Zo ook met lezen. Mike heeft dyslectie en oefende thuis regelmatig met lezen om zijn vaardigheden te verbeteren. Toen ik zei dat ik het ook wilde leren, antwoordde mijn moeder dat dat over een jaartje wel zou komen. Maar daar nam kleine Tessa natuurlijk geen genoegen mee. ''IK.WIL.HET.NU.'' En dus zei mijn moeder dat ik dan eerst maar het alfabet uit mijn hoofd moest leren. Waarschijnlijk in de veronderstelling dat het daarmee afgedaan was. Op de deur van mijn broers kamer hing een poster met het alfabet erop. Ik nam plaats op de grond en begon koppig het alfabet in mijn hoofd te stampen. Eenmaal zover kreeg ik dan mijn eerste boekje. Ik was hier zo ongelofelijk enthousiast over dat ik nu nog weet dat deze uit de maan, roos, vis serie kwam en over een heks ging. Na lang oefenen met mijn moeder kende ik alle woorden in het boekje. Buiten zinnen rende ik door het huis al schreeuwende: ''papa, papa, ik kan lezen!''. Om hem te vinden aan de keukentafel waar ik vol trots het boekje aan hem voorlas.
Toen we nog klein en schattig waren

Oké als laatste dan: als kind dacht ik wel eens na over hoe ik zou zijn als volwassene. Ik vroeg me af of ik dan nog wel dezelfde persoon zou zijn. Ik vind het moeilijk onder woorden te brengen wat ik daar precies mee bedoelde. Ik kon me in ieder geval niet voorstellen dat ik als volwassene nog op dezelfde manier zou denken. Volwassenen waren toen alwetende wezens die alles volgens het boekje deden die ze dan ook van buiten kende. Ik dacht dat ik als volwassene volledig vervreemd zou zijn van de Tessa van toen. Gelukkig heeft de tijd anders uitgewezen.

1 opmerking:

  1. Gek genoeg herkende ik best wel wat dingen die je weer naar boven haalt uit je basisschooltijd, en ik kende je toen nog niet eens. Echt lachen, al die oude rapporten met juffenhandschriften erop, haha. Tof hoor! Zo schattig ook :3

    BeantwoordenVerwijderen